Meer kantoordagen zorgen niet automatisch voor meer verbinding
Onderzoek Arbo Unie: Nauwelijks verschil in steun en waardering op het werk tussen thuiswerkers en kantoormedewerkers
Steeds meer grote werkgevers willen dat medewerkers vaker naar kantoor komen. Meer fysieke aanwezigheid zou de onderlinge verbinding en samenwerking tussen collega’s versterken. Uit onderzoek van Arbo Unie onder ruim 10.000 werknemers blijkt echter dat medewerkers die op een (kantoor)locatie werken niet meer steun of waardering ervaren van collega's en leidinggevenden dan medewerkers die hybride of volledig thuiswerken. De resultaten laten zien dat niet het aantal kantoordagen, maar vooral wat werkgevers organiseren rondom samenwerking en leiderschap aandacht verdient.
Voor het onderzoek analyseerde Arbo Unie de antwoorden van 10.188 werknemers uit preventief medisch onderzoek (PMO) in 2026. De uitkomsten zijn vergeleken met gegevens uit 2024 en 2025. De periode van drie jaar vertoont grotendeels hetzelfde patroon.
Opvallend is dat werknemers die op locatie werken niet positiever zijn over de steun en waardering van hun collega's of leidinggevenden dan collega’s die thuiswerken. Medewerkers die deels of veel thuiswerken, beoordelen hun leidinggevende op onderdelen zoals vrijheid, verantwoordelijkheid en teamgevoel zelfs iets positiever. De verschillen zijn klein, maar geven geen aanwijzing dat vaker op kantoor werken vanzelf leidt tot een sterkere onderlinge verbinding.
Lars van Tuin, onderzoeker bij het Arbo Unie Kennisinstituut Werk en Gezondheid: “Een kantoor kan een belangrijke ontmoetingsplek zijn. Collega's leren van elkaar, wisselen ideeën uit en bouwen relaties op. Maar mensen verplichten om naar kantoor te komen, betekent nog niet dat automatisch verbinding ontstaat. Onze onderzoeksresultaten laten zien dat steun en waardering niet afhangen van het aantal dagen op kantoor, maar van de kwaliteit van leiding en samenwerking. Het gaat erom wat je op die dagen samen organiseert".
Hybride werkers ervaren de meeste versnippering
Het onderzoek laat ook zien dat hybride werken aandachtspunten kent. Vooral medewerkers die een beperkt deel van hun werktijd thuiswerken, ervaren relatief veel onderbrekingen, multitasking en moeite om na werktijd afstand te nemen van hun werk. Dit patroon is vooral zichtbaar bij medewerkers die 1 tot 25 procent van hun werktijd thuiswerken, grofweg één dag per week. Mogelijk speelt het voortdurend schakelen tussen thuis en kantoor hierbij een rol, al kan het onderzoek dit niet aantonen. Ook nemen concentratieproblemen en gevoelens van geestelijke uitputting enigszins toe naarmate medewerkers meer thuiswerken. Daar staat tegenover dat werknemers die veel thuiswerken gemiddeld een iets betere werk-privébalans ervaren.
Extra aandacht voor werknemers die bijna volledig thuiswerken
Hoewel de meeste sociale verschillen tussen thuiswerkers en kantoormedewerkers klein zijn, verdient één groep extra aandacht: medewerkers die vrijwel volledig thuiswerken. Zij rapporteren iets vaker gevoelens van eenzaamheid in hun privésituatie. Ook komt bij medewerkers die veel thuiswerken meer geestelijke uitputting voor. Deze bevindingen vragen om aandacht, maar niet om algemene conclusies: de groep die 76 tot 100 procent thuiswerkt is met circa 190 respondenten in 2026 is klein.
Niet méér kantoordagen, maar betere werkdagen
Volgens Arbo Unie ligt de oplossing niet in een algemene verplichting om vaker naar kantoor te komen. Werkgevers kunnen beter kijken naar de kwaliteit van samenwerking, het voorkomen van versnippering en het versterken van betrokkenheid. Dat betekent onder meer bewuste ontmoetingsmomenten organiseren, ruimte maken voor informeel leren, afspraken maken over bereikbaarheid en focustijd, en leidinggevenden ondersteunen bij het zichtbaar maken van het doel en de betekenis van het werk.