Leestijd 6 minuten -
Suzanne van Rooijen: gebruik generatietheorieën als lens, niet als diagnose
GenZ, millennials, generatie X, babyboomers; met steeds meer organisaties die medewerkers hebben van 18 tot ver over de 70, blijven generatieverschillen op de werkvloer een actueel thema. De generatiespecialist van Arbo Unie heeft een sleutelrol in het bundelen en delen van kennis over dit onderwerp. We stellen haar graag voor: A&O-adviseur (en millennial) Suzanne van Rooijen.
.png?h=350&iar=0&w=819)
Hoe ben je geïnteresseerd geraakt in generaties op de werkvloer?
“Toen ik studeerde, werd generatiemanagement opeens heel populair. Overal hoorde ik: de jonge generatie wil niet meer werken. Dat stond zo haaks op hoe ik dat zelf beleefde. Van huis uit heb ik meegekregen dat je hard moest werken om iets te bereiken. Ik vond het oneerlijk dat een hele groep zo werd weggezet. Dat maakte me boos, maar ook nieuwsgierig: waar komt dat beeld vandaan? Wat is bekend uit onderzoek over generatieverschillen op de werkvloer? De cijfers onderbouwden wat ik al aanvoelde: veel aannames kloppen niet. En dat is ook logisch: de wereld om ons heen verandert veel sneller dan de biologie van de mens. We worden niet opeens luier geboren. Toen dacht ik: ik maak het mijn persoonlijke missie om die vooroordelen om te zetten in kennis en begrip.”
Bestaan generaties dan niet?
“Jawel, maar niet als strak afgebakende groepen waarop je allerlei eigenschappen kunt plakken. De tijd waarin je opgroeit, beïnvloedt wat je normaal vindt en wat je van werk verwacht. In die zin kun je van generaties spreken. Maar de verschillen binnen één generatie zijn enorm. Je kunt generaties het beste zien als een lens, niet als een diagnose. ‘Jij bent een millennial, dus je zit zo in elkaar’ werkt niet. Het label kan nuttig zijn om een gesprek te openen, maar het mag het gesprek niet vervangen.”
Wat kunnen organisaties dan met generatiekennis?
“In deze tijd van polarisatie, waarin veel in hokjes en in wij-zijtegenstellingen wordt gedacht, is het belangrijk de verbinding te blijven zoeken. Reduceer mensen niet tot hun geboortejaar, maar blijf nieuwsgierig. In plaats van te verzuchten dat jonge mensen niet willen werken en nergens tegen kunnen en dat oudere medewerkers niet willen veranderen, kun je beter onderzoeken: wat maakt dat jonge collega’s zo veel druk voelen? Waarom twijfelt deze ervaren collega over de veranderingen die je wil doorzetten? En kijk vooral ook: wat heeft iemand in deze levensfase nodig om goed te kunnen functioneren? Onze psychologische basisbehoeften zijn voor iedereen hetzelfde: autonomie, betrokkenheid en competentie. Maar wat op de voorgrond staat, verschilt per levensfase.”
Wat betekent dat concreet?
“Als je jonge kinderen hebt en tegelijkertijd mantelzorg verleent aan je ouders, is flexibiliteit bijvoorbeeld belangrijk. In een andere levensfase kan iemand juist meer behoefte hebben aan vastigheid. Goed werkgeverschap betekent dat je oog hebt voor die verschillen en inspeelt op de verschillende behoeften die daarbij horen. Dat kan zitten in communicatie, leiderschap, maar bijvoorbeeld ook in ontwikkelmogelijkheden en zekerheid bieden. En maak vooral ook gebruik van de verschillende ervaringen en kwaliteiten die medewerkers van verschillende leeftijden meebrengen.”
Hoe kun je die verschillen benutten?
“Jonge medewerkers stellen vragen bij werkwijzen die anderen jarenlang voor lief hebben genomen. Waarom moet ik op kantoor zijn? Is deze hoge werkdruk eigenlijk wel normaal? Waarom moet informatie door allerlei hiërarchische lagen? Dat kan ongemakkelijk zijn, maar het legt soms ook bloot dat regels of overtuigingen verouderd zijn. Tegelijkertijd beschikken oudere medewerkers over veel vakkennis en weten zij hoe een organisatie werkelijk werkt. Door die kennis over te dragen aan jongere collega’s, helpen zij hen sneller hun weg te vinden en blijft waardevolle ervaring behouden. Zo kunnen generaties elkaar versterken.”
Hoe zie je jouw rol hierin als generatiespecialist?
“Wat ik probeer te doen, is mensen uit die hokjes halen. Ik leg de verbinding tussen onderzoek en wat organisaties dagelijks meemaken. Ik help aannames te herkennen, breng verschillende perspectieven in kaart en vertaal die naar gesprekken over samenwerking, duurzame inzetbaarheid en leiderschap. Mijn rol is niet om voor iedere generatie een aparte handleiding te maken. Ik wil juist onderzoeken wat er werkelijk in een organisatie speelt en wat mensen nodig hebben. Die kennis deel ik binnen Arbo Unie, maar vooral ook met klanten.”
Meer weten?
Wil je meer weten over generaties op de werkvloer en hoe Arbo Unie kan helpen om samenwerking en duurzame inzetbaarheid te versterken? Neem dan contact op met Suzanne van Rooijen.
Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief
Ontdek onze artikelen, whitepapers, podcasts en meer.
