1. Arbeidsdeskundige onderzoek

Wat houdt een arbeidsdeskundig onderzoek in?

  • Aanpassing van werk of werkplek
  • Ander werk binnen de organisatie
  • Oriëntatie buiten de organisatie

De wet verplicht werkgevers in Nederland om te onderzoeken hoe werknemers die zijn uitgevallen naar vermogen kunnen blijven werken. Daar helpt de arbeidsdeskundige bij. Deze kijkt op jouw verzoek samen met de werknemer naar de mogelijkheden om weer te re-integreren na uitval. Door bijvoorbeeld aanpassingen te doen op de werkplek of te zoeken naar ander werk binnen of buiten de organisatie. 

Het onderzoek bestaat uit een gesprek met de werkgever, de werknemer en eventueel een bezoek aan de werkplek. Beiden partijen ontvangen een rapport met de conclusies van het onderzoek en het advies over de vervolgstappen van de re-integratie. Ook begeleidt de arbeidsdeskundige werknemers bij herplaatsing in een andere functie of in een andere organisatie.

Advies nodig?

088 272 68 00

Op werkdagen zijn we bereikbaar van 8.00 tot 17.00 uur

Bekijk onze locaties

gezondheid  mentale veerkracht
ArboUnie_logo 75px
Overleg met de bedrijfsarts wanneer een arbeidsdeskundig onderzoek nodig is.

Hoe eerder er een arbeidsdeskundig onderzoek ingezet word, hoe eerder er duidelijkheid is over de mogelijkheden die er zijn voor je werknemer bij re-integratie. Dat geldt met name als een maand voor de eerstejaarsevaluatie blijkt dat succesvol re-integreren in de eigen functie onzeker is.

Wat doet een arbeidsdeskundige?

Het doel van een arbeidsdeskundig onderzoek is om te bepalen of een werknemer na een langere periode van uitval weer terug kan naar de eigen functie. En om te onderzoeken of er in de organisatie eventueel nog andere functies zijn, waarin iemand optimaal kan functioneren. De werknemer kan tijdens het onderzoek goed aangeven wat deze wel kan en hoe deze daarmee van nut kan zijn voor jou als werkgever. Een arbeidsdeskundige geeft hierover een onafhankelijk advies aan zowel werkgever als werknemer. 

Een arbeidsdeskundige adviseert bijvoorbeeld over: 

  • Moet het werk of de werkomgeving worden aangepast?
  • Zijn er mogelijkheden voor om- of bijscholing?
  • Zijn er andere functies die in aanmerking komen binnen of buiten de organisatie?